
Jurisprudentie
AF2113
Datum uitspraak2002-12-18
Datum gepubliceerd2002-12-18
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200202355/1
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2002-12-18
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200202355/1
Statusgepubliceerd
Uitspraak
200202355/1.
Datum uitspraak: 18 december 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de besloten vennootschap “Greenhouse Beheer B.V.”, gevestigd te Leersum,
appellante,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht van 12 maart 2002 in het geding tussen:
appellante
en
burgemeester en wethouders van Leersum.
1. Procesverloop
Bij besluit van 22 augustus 1996 hebben burgemeester en wethouders van Leersum (hierna: burgemeester en wethouders) appellante vergunning verleend voor het aanbrengen van lichtreclame op het dak van het pand, gesitueerd op het perceel [locatie], en voor een reclamezuil aan de straatkant van dit pand.
Bij besluit van 8 oktober 2001 hebben burgemeester en wethouders het daartegen door [partij 1], [partij 2] en [partij 3] gemaakte bezwaar opnieuw gegrond verklaard en aan appellante een vergunning onder voorschriften verleend. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 12 maart 2002, verzonden op 27 maart 2002, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door appellante en voornoemde [partij 1], [partij 2] en [gemachtigde], als rechtsopvolger van voornoemde
[partij 3], ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 juni 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 17 juli 2002 hebben burgemeester en wethouders van antwoord gediend.
Bij brief van 9 juli 2002 hebben voornoemde [partij 1], [partij 2] en [gemachtigde partij 3], die op de voet van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid zijn gesteld om als partij in het geding deel te nemen, een memorie ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2002, waar voornoemde [partij 1] is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De rechtbank is terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat onder de in het bij besluit van de gemeenteraad van 19 juli 2001 vastgestelde “reclamebeleid van de gemeente Leersum” gebezigde term lichtreclame ook een aangelichte reclamezuil wordt begrepen.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. C. de Gooijer en mr. J.A.M. van Angeren, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Matulewicz
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2002
45-391.

